Woensdag in de zevende week van Pasen

Tweede Lezing

Paulus besluit zijn afscheidsrede, en waarschuwt de oudsten voor komend gevaar

Hand 20:28-38

Geeft acht op uzelf, en op heel de kudde, waarover de Heilige Geest u als bewakers gesteld heeft, om Gods Kerk te besturen, die Hij zich door zijn eigen bloed heeft verworven. Ik weet, dat na mijn heengaan wrede wolven onder u zullen komen, die de kudde niet sparen en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan, die verkeerde dingen leren, om de leerlingen met zich mee te slepen. Weest daarom waakzaam, en blijft er aan denken, hoe ik drie jaren lang niet gerust heb, nacht en dag onder tranen ieder van u te vermanen. En thans beveel ik u aan den Heer, en aan het woord zijner genade; aan Hem, die machtig is, om de bouw te voltooien, en u te midden van alle heiligen het erfdeel te schenken. Ik heb niemands zilver, goud of kleding begeerd. Gij weet het zelf, dat deze handen hebben gearbeid voor mijn eigen behoeften en voor mijn gezellen. In ieder opzicht heb ik u getoond, dat men zó arbeiden moet, om de zwakken te steunen, en de woorden van den Heer Jesus indachtig te zijn, die zelf heeft gezegd "Het is zaliger te geven dan te ontvangen". Toen hij dit had gezegd, boog hij zijn knieën, en bad met hen allen. En allen begonnen luide te wenen, vielen Paulus om de hals, en omhelsden hem teder; ze waren vooral bedroefd, omdat hij gezegd had, dat ze hem niet zouden weerzien. Daarna deden ze hem uitgeleide naar het schip.