H. Thomas, apostel

vrijdag 3 juli 2020

Eerste lezing

Ef 2:19-22

Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op de grondslag der Apostelen en Profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is. In Hem wordt heel het gebouw bijeen gehouden, en rijst het op tot een tempel, heilig in den Heer; in Hem wordt ook gij opgebouwd, tezamen met de anderen, tot een woning van God in den Geest.

Evangelie

Jh 20:24-29

Tomas, een van de twaalf, ook Didumus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jesus kwam. De andere leerlingen zeiden hem dus: We hebben den Heer gezien. Maar hij zei hun: Zo ik in zijn handen de wonden der nagelen niet zie, en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen, en mijn hand niet in zijn zijde steek, dan geloof ik het niet. Acht dagen later waren zijn leerlingen weer daarbinnen bijeen, en ook Tomas was er bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jesus binnen, plaatste Zich in hun midden, en zeide: Vrede zij u! Daarna sprak Hij tot Tomas: Leg uw vinger hier, en bezie mijn handen; steek uw hand uit, en leg ze in mijn zijde; en wees niet ongelovig, maar gelovig. Tomas gaf Hem ten antwoord: Mijn Heer en mijn God! Jesus sprak tot hem: Gelooft ge, omdat ge Mij hebt gezien? Zalig zij, die niet zien, en toch geloven.