Drieëndertigste zondag door het jaar

zondag 14 november 2021

Eerste lezing

Dan 12:1-3

In die tijd zal Mikaël, de aartsengel, opstaan, die de kinderen van uw volk beschut. Het zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er nog nooit is geweest tot die dag, sinds er volken bestaan. Maar uw volk zal in die tijd worden gered: allen, die staan opgetekend in het boek. Dan zullen de velen, die in het stof der aarde slapen, ontwaken: dezen ten eeuwigen leven, anderen tot smaad en eeuwige schande. De vromen zullen schitteren als het licht aan de hemel; en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht, als de sterren, voor eeuwig en immer!

Tweede lezing

Heb 10:11-14,18

En terwijl iedere priester, dag in dag uit, dienst staat te verrichten en meermalen dezelfde offers opdraagt, welke toch nimmer de zonde kunnen wegnemen, heeft Hij daarentegen, ééns en voor al, één enkel Offer gebracht voor de zonden, "en is Hij gezeten aan Gods rechterhand," in afwachting "tot zijn vijanden neergelegd zijn als voetbank voor zijn voeten." Immers door één enkel Offer heeft Hij de geheiligden, ééns en voor al, tot volmaaktheid gebracht. Dit getuigt ons ook de heilige Geest. Welnu, waar deze vergeven zijn, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.

Evangelie

Mc 13:24-32

Maar in die dagen, na die ellende, zal de zon worden verduisterd, en de maan geen licht meer geven: de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt. Dan zal men den Mensenzoon op de wolken zien komen met grote macht en majesteit. Dan zal Hij zijn engelen zenden, en Hij zal van de vier windstreken zijn uitverkorenen verzamelen, van het einde der aarde tot aan het einde des hemels. Leert van de vijgeboom deze gelijkenis. Wanneer zijn twijg al zacht is geworden, en de bladeren al ontspruiten, dan weet gij, dat de zomer nabij is. Zo ook, wanneer gij dit alles gebeuren ziet, weet dan, dat het dicht voor de deur staat. Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht gaat niet voorbij, eer dit alles is geschied. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Maar van die dag of dat uur weet niemand iets af, zelfs niet de engelen in de hemel, noch de Zoon, maar de Vader alleen.