Achttiende zondag door het jaar

zondag 2 augustus 2020

Eerste lezing

Jes 55:1-3

Gij allen. die dorst lijdt. ach. komt tot de wateren. Die geen geld hebt. komt wijn en melk kopen. en eten om niet. Waarom weegt ge uw zilver voor iets wat geen brood is. Uw zwaarverdiend geld voor wat niet verzadigt? Luistert naar Mij. dan eet ge het goede. En uw ziel zal in overvloed zwelgen. Spitst uw oren en nadert tot Mij. Hoort. en uw ziel leeft weer op! Ik sluit met U een eeuwig Verbond. En schenk u de gunsten aan David verzekerd.

Tweede lezing

Rom 8:35,37-39

Of wie zal ons scheiden van Christus’ liefde? Wederwaardigheid of benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar of het zwaard? Maar in dit alles zegepralen we glansrijk door Hem, die ons liefheeft. En ik ben er zeker van, dat dood noch leven, engelen noch heerschappijen, heden noch toekomst, geen machten, geen hoogte of diepte, noch enig ander schepsel ons scheiden kan van Gods liefde in Christus Jesus, onzen Heer.

Evangelie

Mt 14:13-21

Op deze tijding vertrok Jesus in een boot naar een woeste plaats in de eenzaamheid. Maar de scharen hoorden het, en gingen Hem uit de steden te voet achterna. Toen Hij dus te voorschijn trad, zag Hij een talrijke menigte; Hij had medelijden met hen, en genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen, en zeiden tot Hem: Deze plaats is woest, en het is reeds laat geworden; stuur de menigte weg, dan kunnen ze naar de dorpen gaan, en zich levensmiddelen kopen. Maar Jesus sprak tot hen: Ze behoeven niet te gaan; geeft gij hun te eten. Ze antwoordden: We hebben hier slechts vijf broden en twee vissen. Hij zei hun: Brengt ze Mij hier. En nadat Hij de scharen bevolen had, zich neer te zetten op het gras, nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag op ten hemel en sprak er de zegen over uit: Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan het volk. Allen aten. en werden verzadigd. En ze verzamelden het overschot der brokken: twaalf korven vol. Het waren ongeveer vijfduizend mannen, die hadden gegeten, behalve nog de vrouwen en kinderen.