Vijfde zondag van de Veertigdagentijd

zondag 21 maart 2021

Eerste lezing

Jer 31:31-34

Zie, de dagen komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik een verbond zal sluiten Met Israëls huis En het huis van Juda: Een nieuw verbond! Niet als het verbond, dat Ik met hun vaderen sloot, Toen Ik ze bij de hand heb gevat, Om ze uit Egypte te leiden: Mijn verbond, dat ze hebben verbroken, Zodat Ik een afschuw van hen kreeg, Is de godsspraak van Jahweh! Maar dit is het verbond, dat Ik sluit Met Israëls huis na deze dagen, spreekt Jahweh: Ik zal mijn wet in hun boezem leggen, Ik zal ze schrijven op hun hart; En Ik zal hun God, Zij zullen mijn volk zijn! Dan behoeven ze elkander niet meer te leren, De een tot den ander niet te zeggen: Leert Jahweh kennen. Neen, dan zullen zij allen Mij kennen, Kleinen en groten, spreekt Jahweh; Want dan zal Ik ze hun misdaad vergeven, Hun zonde niet langer gedenken.

Tweede lezing

Heb 5:7-9

En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees. onder luid geroep en tranen. gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem. die Hem van de dood kon redden. ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid. ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was. heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd. en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen. die Hem gehoorzaam zijn.

Evangelie

Jh 12:20-33

Onder hen, die bij gelegenheid van dit feest ter aanbidding waren opgegaan, bevonden zich ook enige heidenen. Ze kwamen bij Filippus, die uit Betsáida van Galilea was, en richtten tot hem het verzoek: Heer, we wensen Jesus te spreken. Filippus ging het aan Andreas zeggen; en Andreas en Filippus zeiden het Jesus. Jesus antwoordde hun, en sprak: Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen; maar zo ze sterft, brengt ze rijke vruchten voort. Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen; maar wie in deze wereld zijn leven haat, zal het behouden ten eeuwigen leven. Zo iemand mijn dienaar wil zijn, hij volge Mij na; en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Zo iemand Mij dient, dan zal de Vader hem eren. Nu is mijn ziel ontsteld, en wat zal Ik zeggen? Vader, red Mij uit deze stonde? Neen, want daarom juist ben Ik tot deze stonde gekomen! Vader, verheerlijk uw Naam! Toen kwam er een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem opnieuw verheerlijken. De menigte, die daar stond en het hoorde, meende, dat het gedonderd had. Maar anderen zeiden: Een engel heeft Hem toegesproken. Jesus antwoordde: Niet om Mij heeft die stem geklonken, maar om u. Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken; nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen. En wanneer Ik van de aarde omhoog ben geheven, zal Ik allen tot Mij trekken. Dit zeide Hij, om te kennen te geven, wat voor dood Hij zou sterven.