Tweede zondag door het jaar

zondag 16 januari 2022

Eerste lezing

Jes 62:1-5

Om wille van Sion Mag Ik niet zwijgen, Om wille van Jerusalem Mag Ik niet rusten: Tot zijn gerechtigheid als de dageraad glanst, Zijn heil als een brandende fakkel; En de volkeren uw gerechtigheid zien, Alle vorsten uw glorie! Met een nieuwe naam zal men u noemen, Die Jahweh’s mond zal bepalen; Gij zult een erekroon zijn In de hand van Jahweh, Een koninklijke diadeem In de hand van uw God. Men zal u niet langer "Verlatene" noemen, En uw land niet "Verwoesting". Neen, gij zult heten: "Mijn welbehagen", En uw land: "De Gehuwde"! Want Jahweh heeft behagen in u, En uw land wordt gehuwd. Zoals een jongeman zijn meisje trouwt, Zal Hij, die u opbouwt, u huwen; En zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid, Zal uw God zich verheugen in u.

Tweede lezing

1 kor 12:4-11

Welnu, er is verscheidenheid van genadegaven, maar er is slechts één Geest; en verscheidenheid van bedieningen, maar slechts één Heer; en verscheidenheid van werkingen, maar slechts één God, die alles in allen werkt. En aan een ieder wordt de Geestesuiting geschonken, om er nut mee te stichten. Den één wordt het woord der wijsheid gegeven door den Geest, den ander het woord der kennis door denzelfden Geest, een ander het geloof door denzelfden Geest, een ander de gaven der genezing door den énen Geest. Aan anderen weer het werken van wonderen, of de profetie, of de onderscheiding der geesten, of de veelheid van talen, of de vertolking der talen; maar dit alles werkt één en dezelfde Geest, die ieder toedeelt, zoals het Hem goeddunkt.

Evangelie

Jh 2:1-12

En de derde dag werd er een bruiloft gevierd te Kana van Galilea. De moeder van Jesus was er tegenwoordig, en ook Jesus met zijn leerlingen waren ter bruiloft genodigd. En toen er gebrek kwam aan wijn, sprak de moeder van Jesus tot Hem: Ze hebben geen wijn meer. Maar Jesus zeide haar: Vrouw, wat is er tussen Mij en u? Nog is mijn uur niet gekomen. Zijn moeder sprak tot de bedienden: Doet wat Hij u zeggen zal. Daar waren nu zes stenen kruiken, elk van twee of drie maten inhoud, die er voor de joodse reiniging waren geplaatst. Jesus zei hun: Vult de kruiken met water. Ze vulden ze tot boven toe. Toen sprak Hij tot hen: Schept er nu uit, en brengt het naar den hofmeester. Ze brachten het. Zodra nu de hofmeester van het water geproefd had, dat wijn was geworden, (hij wist niet, waar die vandaan kwam; maar de bedienden, die het water hadden geschept, wisten het wel), riep de hofmeester den bruidegom, en zeide tot hem: Iedereen schenkt eerst de goede wijn, en als men goed gedronken heeft, dan de mindere soort; maar gij hebt de goede wijn tot nu toe bewaard. Zo deed Jesus zijn eerste wonder te Kana van Galilea, en openbaarde Hij zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem. Daarna vertrok Hij naar Kafárnaum; Hij zelf met zijn moeder en broeders en zijn leerlingen; en zij bleven daar enkele dagen.