Maria, Moeder van God

vrijdag 1 januari 2021

Eerste lezing

Num 6:22-27

Nog sprak Jahweh tot Moses: Zeg aan Aäron en zijn zonen: Zo moet ge de zegen over Israëls kinderen uitspreken: Jahweh zegene u, En behoede u; Jahweh doe zijn aanschijn over u lichten, En zij u genadig; Jahweh wende tot u zijn gelaat, En schenke u de vrede! Zo zullen zij mijn Naam op de kinderen Israëls doen rusten, en zal Ik hen zegenen.

Tweede lezing

Gal 4:4-7

Maar toen de volheid van de tijd was gekomen, heeft God zijn eigen Zoon gezonden, die uit een vrouw werd geboren en geboren werd onder de Wet, opdat Hij allen zou loskopen, die staan onder de Wet, en wij het kindschap zouden beërven. En het bewijs, dat gij kinderen zijt: God heeft den Geest van zijn Zoon in onze harten gezonden, en Deze roept: Abba, Vader! Ge zijt dus geen slaaf meer, maar kind; zijt ge kind, dan zijt ge ook erfgenaam, dank zij God.

Evangelie

Lc 2:16-21

Ze snelden er heen, en vonden Maria en Josef met het Kindje, dat in de kribbe lag. Toen ze Het zagen, verhaalden ze, wat hun over dit Kind was gezegd. Allen, die het hoorden, stonden verbaasd over het verhaal van de herders; maar Maria bewaarde dit alles in haar hart, en overwoog het bij zichzelf. Nu keerden de herders weer terug; ze loofden God, en zongen Hem lof, om al wat ze hadden gehoord en gezien, juist zoals het hun was gezegd. Toen de acht dagen voorbij waren, die zijn besnijdenis vooraf moesten gaan, ontving Hij de naam Jesus, die de engel Hem reeds had gegeven, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.