HH. Onnozele Kinderen, martelaren

maandag 28 december 2020

Epistel

Hand 14:1-5

In Ikónium gingen ze eveneens de synagoge der Joden binnen. en spraken er zó. dat een grote menigte Joden en heidenen geloofde. Maar de Joden. die niet geloofden. hitsten de heidenen op. en verbitterden ze tegen de broeders. Toch bleven ze er geruime tijd. en traden met vrijmoedigheid op. ze vertrouwden op den Heer. die getuigenis gaf voor het woord zijner genade. en door hun handen tekenen en wonderen deed. De bevolking der stad bleef verdeeld. enigen waren voor de Joden. anderen voor de apostelen. Toen er nu onder de heidenen en onder de Joden met hun oversten een sterke beweging ontstond. om hen te mishandelen en te stenigen.

Evangelie

Mt 2:13-18

Toen ze waren heengegaan, zie, daar verscheen een engel des Heren in een droom aan Josef, en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte; blijf daar, tot ik het u zeggen zal. Want Herodes komt het Kind zoeken, om Het te doden. Hij stond op, nam midden in de nacht het Kind en zijn moeder, en vluchtte naar Egypte. Daar bleef hij tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden, wat de Heer door den profeet had gezegd: "Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen" Toen Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen was verschalkt, werd hij zeer toornig. Hij zond zijn lieden uit, en doodde in Bétlehem en heel de omtrek alle knapen van twee jaar en jonger, overeenkomstig de tijd, die hij van de Wijzen was te weten gekomen. Toen werd vervuld, wat door den profeet Jeremias gezegd was: "Een stem is in Rama gehoord, Luid geween en geschrei: Rachel beweent haar kinderen, En wil niet getroost worden, want ze zijn niet meer.".